Module 2 - Hoe formuleer ik een goede zoekactie?

U bent hier

2.2. Truncatietekens (wildcards)

Sommige zoektermen gelijken sterk op elkaar. Je maakt dan best gebruik van een truncatieteken of wildcard om op een gemakkelijke manier al deze gelijkende zoektermen met elkaar te combineren. De twee belangrijkste truncatietekens zijn:

* (asterisk)

  • De wildcard '*' gebruik je ter vervanging van één of meerdere karakters. Je kan dit teken meestal enkel achteraan de woordstam gebruiken.
  • Voorbeeld: appel* voor appel, appels, appelboom, enz.

? (vraagteken)

  • De wildcard '?' gebruik je ter vervanging van één karakter. Je kan dit teken gebruiken achteraan het woord en in sommige databanken ook midden in een woord.
  • Voorbeelden:
    • appel? voor appel en appels (maar dus niet voor appelboom)
    • wom?n voor woman en women

Tips:

  • Het is de kunst om niet té vroeg of té laat te trunceren in een woord. Als je op zoek bent naar informatie over obesitas, typ je dus best 'obes*'' en niet bijvoorbeeld 'ob*'.
  • Let op! Bij een minderheid van de beschikbare databanken worden de functies van * en ? bij een zoekopdracht omgekeerd gebruikt.