FAQ

U bent hier

  1. Wat is het verschil tussen de 'green road' en de 'golden road'?

    Om je werk in open access bekend te maken, zijn er twee opties:

    • de groene route ('green road'):
      De groene route is gebaseerd op zelfarchivering. Voor of na publicatie plaatst een onderzoeker de 'post-reviewed preprint' van zijn artikel in een repository (een publiek toegankelijke databank) waarmee de publicatie vrij beschikbaar wordt voor de rest van de wereld. Uiteraard gebeurt dit steeds binnen de limieten van wat het copyright toelaat.
    • de gouden route ('golden road'): 
      Bij de gouden route wordt de publicatie direct vrij beschikbaar gesteld in open access tijdschriften , en dit via de website van de uitgever. Deze route is doorgaans niet gratis. De publicatiekosten - de zogenaamde ‘article processing charges’ (APC’s)  - worden betaald door de auteur of zijn instelling. Die publicatie fee schommelt tussen de 0 en de 2.500 euro; in uitzonderlijke gevallen kunnen zelfs bedragen van 5.000 euro gevraagd worden. 
  2. Waarom kiest de Universiteit Hasselt voor de 'green road'?

    De keuze van UHasselt voor de 'green road' biedt heel wat voordelen:

    • meerdere onderzoeksfinancierders (bijvoorbeeld het FWO) verplichten dat publicaties in open access worden aangeboden en via de Document Server voldoe je aan die verplichting;
    • het Europees beleid wil open access als publicatiestandaard invoeren; zie ondermeer de conclusies van de Europese Unie van 27 mei 2016 die volledige open access in 2020 wil realiseren;
    • maximale archivering (lange termijn bewaring) van de eigen publicatie-output, zodat huidige en toekomstige studenten en onderzoekers toegang hebben tot UHasselt-onderzoek;
    • geen enkele belemmering bij het publiceren; de vrije keuze van journal blijft gewaarborgd;
    • veel goedkoper dan de golden road;
    • geen gevaar voor "double dipping", waarbij de vergoeding voor het open access publiceren bovenop de normale abonnementsprijs van het tijdschrift komt;
    • mogelijkheid tot het bijhouden en exporteren van een publicatielijst;
    • koppeling met diverse andere UHasselt-toepassingen zodat dubbele invoer wordt vermeden;
    • publicaties maken deel uit van (a) de evaluatie en (b) de toekenning en verdeling van basisfinanciering, onderzoeksfinanciering en werkingsmiddelen, zowel binnen UHasselt, Vlaanderen als internationaal.
  3. Wat is de UHasselt policy met betrekking tot 'gold open access'?

    Het is UHasselt auteurs uiteraard toegelaten om 'article processing charges' te betalen en onderzoekspublicaties meteen in open access journals te publiceren. De Universiteit Hasselt zal deze 'gouden route' evenwel niet financieel ondersteunen. Met andere woorden: de universiteit voorziet geen fonds waarmee de APC's betaald kunnen worden.

  4. Kunnen UHasselt auteurs publiceren in om het even welk tijdschrift?

    Uiteraard. UHasselt auteurs kunnen vrij beslissen in welk tijdschrift ze hun onderzoeksresultaten wensen te publiceren. Het enige dat van hen verwacht wordt, is dat ze de finale auteursversie van hun peer-reviewed publicaties opladen in de institutionele repository (Document Server@UHasselt).

  5. Hoe onderzoek publiceren dat gefinancierd is door FWO, ERC, Horizon 2020 of FP7?

    Indien je onderzoek door FWO, ERC of door een kaderprogramma van de Europese Unie werd gefinancierd, bijvoorbeeld via Horizon 2020 of FP7, dan moet het in open access bekend worden gemaakt. Klik hier voor een stappenplan om aan deze voorwaarde te kunnen voldoen (docx).

  6. Waarom uw werk in open access beschikbaar maken? What's in it for you?

    • de zichtbaarheid van uw publicatie wordt veel groter;
    • omdat ze makkelijker toegankelijk zijn, worden open access publicaties sneller verspreid en ook meer geciteerd;
    • ook lezers met minder financiële middelen hebben toegang tot uw werk (cf. wetenschappelijk onderzoek gebeurt met publieke middelen, het is daarom niet meer dan rechtvaardig dat het publiek ook de resultaten van dat onderzoek kan inkijken).
  7. Hoe kan je nagaan of jouw publicatie in een institutionele repository mag ontsloten worden?

    Om misverstanden te vermijden: de Universiteitsbibliotheek controleert voor elke opgeladen tekst het open access-beleid van de uitgever en houdt rekening met opmerkingen over de bescherming van intellectuele rechten. De toegang tot de auteursversie in de Document Server wordt hieraan aangepast. Dit is dus eigenlijk iets waar je je geen zorgen over hoeft te maken.

    Als je dit toch zelf wil checken, kan je het beleid van uitgevers en tijdschriften met betrekking tot open access nagaan op http://www.sherpa.ac.uk/romeo.php. Ongeveer twee-derde van de (wetenschappelijke) tijdschriften laten zelfarchivering van de auteursversie toe. Als het tijdschrift waarin je wenst te publiceren dit niet toelaat, dan zal de tekst in de Document Server onder embargo geplaatst worden (cf. in dat geval kan de tekst enkel geraadpleegd worden door UHasselt personeel en UHasselt studenten nadat ze ingelogd zijn). 

  8. Wat met jouw auteursrechten?

    Sommige auteurs vrezen copyright-problemen als zij hun werk opladen in repositories. Dat is ten onrechte. Zelfs als je als auteur niet beschikt over de exploitatierechten over jouw werk, staan veel traditionele uitgeverijen toch het zelfarchiveren van de auteursversie toe. Het beleid terzake van uitgevers en tijdschriften kan je nagaan via de databank van SHERPA/ROMEO. De Universiteitsbibliotheek controleert sowieso voor elke opgeladen tekst het open access-beleid van de uitgever en houdt rekening met opmerkingen over de bescherming van intellectuele rechten. De toegang tot de auteursversie in de Document Server wordt hieraan aangepast. Als het tijdschrift waarin je wenst te publiceren dit niet toelaat, dan zal de tekst in de Document Server onder embargo geplaatst worden (cf. in dat geval kan de tekst enkel geraadpleegd worden door UHasselt personeel en UHasselt studenten nadat ze ingelogd zijn). 

  9. Nodigt open access niet uit tot plagiaat?

    Een open access-publicatie valt onder dezelfde copyrightwetten als een conventionele publicatie. Het feit dat een artikel vrij beschikbaar is op het internet betekent dus niet dat men er zomaar uit kan kopiëren. Bovendien is het veel gemakkelijker om plagiaat te herkennen als de bronpublicatie via een zoekmachine op het internet kan worden teruggevonden.

  10. Er zijn steeds meer open access tijdschriften, hoe weet je welke goed zijn?

    Om de kwaliteit van een open access tijdschrift te beoordelen, kunnen onderzoekers rekening houden met de volgende punten:

    • Is het tijdschrift opgenomen in Directory of Open Access Journals?
      Peer review staat aan de basis van de kwaliteitsgarantie van wetenschappelijke tijdschriften. Alle tijdschriften in de Directory of Open Access Journals (DOAJ) hanteren een vorm van peer-review en garanderen daarmee een kwaliteitscontrole op de inhoud.
    • Is het tijdschrift opgenomen in de Web of Science?
      Open access tijdschriften met een impactfactor zijn te vinden in Web of Science of Scopus. De meeste open access journals tijdschriften bestaan nog niet lang genoeg om een impact factor te hebben. Daarom zijn er alternatieve criteria ontwikkeld die de kwaliteit van open access tijdschriften kunnen meten. Bekijk Quality Open Access Market (QOAM), dat als doel heeft transparante informatie te geven over de kwaliteit. Hierbij is het peer review proces een belangrijk criterium.  Met deze kaarten geven bibliotheken een oordeel over de transparantie van de websites van open access en hybride tijdschriften. Daarnaast publiceert QOAM ook Valuation Score Cards, waarmee schrijvers hun ervaring met een tijdschrift kunnen delen.
  11. Wat zijn hybride tijdschriften?

    Hybride tijdschriften kennen een mengvorm waarbij een deel van de artikelen alleen voor de abonnees beschikbaar is en een deel voor iedereen via open access is in te zien. In deze tijdschriften kun je ervoor kiezen om een artikel open access te publiceren. Als dit gebeurt voor een tijdschrift waarbij geen afspraken zijn gemaakt over open access, dan wordt er dubbel betaald. Eerst om een artikel vrij toegankelijk te maken (door een APC te betalen) maar vervolgens opnieuw om een artikel te mogen lezen via abonnementen. Dit wordt ook wel "double dipping" genoemd.

  12. Wat betekenen de termen preprint en post-print?

    De preprint is het manuscript dat nog niet onderworpen is aan peer-review en nog niet aanvaard is voor publicatie. 
    De post-print is het peer-reviewed manuscript dat aanvaard is voor publicatie (meestal een Word of LaTeX file). Het is inhoudelijk hetzelfde als de gepubliceerde versie, maar dan zonder de lay-out en opmaak van de uitgever.

  13. Neemt zelfarchiveren niet veel te veel kostbare tijd in beslag?

    Een studie van Stevan Harnad en Leslie Carr uit 2005 toont aan dat de meeste auteurs niet langer dan 40 minuten per jaar bezig zijn met zelfarchiveren. Vaak word je als auteur hierbij ook bijgestaan door bibliotheekmedewerkers van je instelling. Bovendien kan zelfarchivering ook een aanzienlijke tijdsbesparing betekenen: online-archieven kunnen vaak ook up-to-date publicatielijsten genereren, waardoor het opstellen van een CV of een promotiedossier een pak eenvoudiger wordt.

  14. Welke versie van jouw artikel moet je opladen?

    Laad de post-print versie van je artikel op, d.i. het peer-reviewed manuscript dat aanvaard is voor publicatie. Het is inhoudelijk hetzelfde als de gepubliceerde versie, maar dan zonder de lay-out en opmaak van de uitgever. Deze versie staat ook bekend als de 'auteursversie' of de 'post-reviewed preprint'. 

  15. Wanneer moet je jouw artikel opladen?

    Het is aangewezen om de upload uit te voeren op het moment van de officiële publicatie door de uitgever.

  16. Waar moet je jouw artikel opladen?

    Laad je artikel op in de Document Server, d.i. de repository van de UHasselt.
    Indien je uitgever dit toelaat, kan je vervolgens een kopie van je manuscript ook opladen in ArXivPubMed CentralRePeCResearchGate of Mendeley.

  17. Is het nog nodig om jouw artikel op te laden als het meteen (in een) open access (journal) gepubliceerd wordt?

    Ja. De Universiteit Hasselt wenst alle artikels in haar institutionele repository te hebben, teneinde te komen tot een maximale archivering (en lange termijn bewaring) van de eigen publicatie-output.

  18. Wat als er geen 'auteursversie' voorhanden is?

    Indien er - om één of andere reden - geen 'auteursversie' voorhanden is, zal de Universiteitsbibliotheek helpen bij het creëren van een dergelijke versie, indien haalbaar

  19. Welke ondersteuning mag u van de Universiteitsbibliotheek verwachten?

    Na de officiële publicatie door de uitgever laadt de UHasselt-auteur zijn/haar auteursversie op in de Document Server. Enkel een zeer beperkte basisset aan gegevens moet ingegeven worden. De Universiteitsbibliotheek voert hierop een kwaliteitscontrole uit en vult de gegevens verder aan met gegevens uit de opgeladen auteursversie en met metadata uit academische databanken. Indien een auteursversie ontbreekt zal de Universiteitsbibliotheek helpen bij het creëren van een dergelijke versie. De Universiteitsbibliotheek tracht ook telkens de gepubliceerde versie in de Document Server op te nemen.  
    Wanneer de opname volledig is afgerond, wordt de UHasselt auteur hiervan per e-mail op de hoogte gebracht. Indien gegevens ontbreken, wordt de UHasselt auteur gecontacteerd door de Universiteitsbibliotheek.
    Net als in het verleden blijft de Universiteitsbibliotheek de UHasselt publicaties screenen die in de Web of Science terechtkomen. Indien nodig worden die publicaties alsnog ingevoerd in de Document Server, waarna de auteursversie wordt opgevraagd bij de onderzoeker.
    De Universiteitsbibliotheek controleert voor elke opgeladen tekst het open access-beleid van de uitgever en houdt rekening met opmerkingen over de bescherming van intellectuele rechten. De toegang tot de auteursversie in de Document Server wordt hieraan aangepast.